• Jos Haartmans is NIP geregistreerd psychodiagnosticus en is vanaf 2002 ook werkzaam geweest als supervisor voor psychodiagnostiek.

In dit onderdeel treft u voorbeelden aan van diagnostische vragenlijsten en documenten die u een indruk geven wat van gedegen diagnostisch onderzoek inhoudt.  Zo'n onderzoek vergt minimaal 8-10 uur diagnostisch onderzoekscontact  om een goede en betrouwbare diagnose  (tegenwoordig heet dat DSM V classificatie) te kunnen stellen. Daarvoor worden vragenlijsten gebruikt die een wetenschappelijke onderbouwing hebben en getoetst zijn op betrouwbaarheid en validiteit. Een psychodiagnostisch onderzoek wordt gerapporteerd met scores , profielen, anamnese en indien gewenst en/of noodzakelijk geacht met literatuurrefenrenties.

  • Bij een zorgverslag alsook een psychodiagnostisch rapport heeft de client correctierecht inzake de vermelde feiten (NAW, BSN, anamnese gegevens die op papier gezet moeten worden0 maar niet op de gestelde diagnose(n). Indien men het niet eens is met een diagnose en/of vastgestelde diagnostische gegevens en/of persoonlijke inzichten van de diagnosticus heeft men het recht het rapport te laten blokkeren. Dit dient men schriftelijk binnen 6 weken na ontvangst kenbaar te maken. Het rapport wordt dan niet meer gebruikt voor enig doel. Blokkering wil niet zeggen dat de kosten terug gevorderd kunnen worden.
  • Een zorgverslag is inbegrepen bij de tarieven van de diagnostiek consulten. Een psychodiagnostisch rapport wordt niet vergoed. Dit is veel werk en niet declarabel. Dit verslag is ten laste van de client zelf.

Toelichting op de professionele en juridische grondslag van psychodiagnostische rapportage

drs. Bc. Jos J.A.M. Haartmans – GZ-psycholoog / Psychodiagnosticus NIP

 

1. Doel en professionele verantwoordelijkheid

Een psychodiagnostisch rapport dient inzichtelijk te maken op welke gegevens, onderzoeksbevindingen, methoden en professionele overwegingen de beschreven bevindingen en conclusies berusten.

Als psycholoog ben ik verantwoordelijk voor de zorgvuldige uitvoering van het onderzoek dat ik zelf verricht, voor de professionele beoordeling en interpretatie van de beschikbare gegevens en voor de wijze waarop deze gegevens in het rapport worden weergegeven. Daarbij handel ik overeenkomstig de voor psychologen geldende professionele standaard, waaronder de Beroepscode voor psychologen 2024 van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en, voor zover van toepassing, de Algemene Standaard Testgebruik NIP 2024 (AST-NIP 2024). De AST-NIP 2024 is op 13 maart 2025 in werking getreden en vormt een nadere uitwerking van verantwoord psychodiagnostisch en testgebruik.

Deze verantwoordelijkheid moet worden onderscheiden van de verantwoordelijkheid voor informatie die vóór of buiten het huidige onderzoek door derden is verzameld.

2. Informatie afkomstig van derden

In psychodiagnostische rapportages kan gebruik worden gemaakt van informatie die door de cliënt zelf of door derden wordt verstrekt, bijvoorbeeld door ouders, partners, werkgevers, behandelaars, artsen, psychologen, psychiaters, scholen of andere instanties.

Dergelijke informatie wordt als broninformatie beschouwd. Wanneer de oorspronkelijke bron, de identiteit of professionele hoedanigheid van de informatieverstrekker, de datum van onderzoek, de oorspronkelijke verslaglegging of de onderliggende onderzoeksgegevens ontbreken, kan ik de juistheid, volledigheid en oorspronkelijke totstandkoming van deze informatie niet zelfstandig verifiëren.

Dit geldt in het bijzonder wanneer:

  • de naam of registratie van de oorspronkelijke onderzoeker ontbreekt;
  • de datum en omstandigheden van het oorspronkelijke onderzoek niet bekend zijn;
  • het oorspronkelijke onderzoeksrapport niet beschikbaar is;
  • niet bekend is welke onderzoeksmethode of welk testinstrument is gebruikt;
  • testprotocollen, ruwe gegevens, scores of normgegevens ontbreken;
  • een eerder gestelde diagnose uitsluitend als mededeling van een derde wordt aangeleverd;
  • een diagnostische conclusie niet meer aan de oorspronkelijke onderzoeksgegevens kan worden getoetst.

In dergelijke gevallen wordt de betreffende informatie uitdrukkelijk beschouwd als door derden aangeleverde en niet of slechts beperkt verifieerbare informatie.

Ik neem daarmee niet de verantwoordelijkheid over voor de oorspronkelijke inhoud, juistheid of diagnostische totstandkoming van deze informatie. Mijn verantwoordelijkheid betreft de wijze waarop ik de beschikbare informatie binnen mijn eigen professionele onderzoek beoordeel, weeg, interpreteer en rapporteer.

3. Eerder gestelde diagnoses en DSM-5/DSM-5-TR-classificaties

Een DSM-5- of DSM-5-TR-classificatie is een professionele classificatie binnen een diagnostisch classificatiesysteem. Een classificatie is geen zelfstandig juridisch oordeel en heeft niet zonder meer een algemene, onbeperkte juridische geldigheidsduur.

De professionele betekenis van een classificatie is afhankelijk van de diagnostische beoordeling waarop deze berust, de beschikbare gegevens, de actuele toestand van de betrokkene en het doel en kader waarin de classificatie wordt gebruikt.

Wanneer een eerder vermelde DSM-classificatie niet kan worden onderbouwd aan de hand van het oorspronkelijke onderzoeksrapport, de relevante anamnestische gegevens, onderzoeksbevindingen en/of onderliggende testgegevens, kan ik de oorspronkelijke diagnostische besluitvorming niet zelfstandig reconstrueren of verifiëren.

Een dergelijke classificatie wordt daarom in mijn rapport niet gepresenteerd als een door mij opnieuw vastgestelde diagnose, maar als een historische, door derden aangeleverde classificatie.

Dat betekent niet dat de oorspronkelijke classificatie noodzakelijkerwijs onjuist is. Het betekent dat de oorspronkelijke diagnostische onderbouwing voor mij niet meer controleerbaar is en dat ik daarover geen zelfstandige uitspraak kan doen.

4. IQ-scores en intelligentieonderzoek

Een IQ-score is een uitkomst van psychometrisch onderzoek en moet worden geïnterpreteerd binnen de context van het gebruikte testinstrument, de normering, de datum en omstandigheden van afname, de leeftijd van de onderzochte persoon, de onderzoeksprocedure en de deskundigheid van de onderzoeker.

Een eerder gerapporteerde IQ-score kan daarom niet zonder meer worden beschouwd als een actuele vaststelling van het cognitieve functioneren.

In verschillende formele Nederlandse kaders wordt een termijn van maximaal twee jaar gehanteerd voor de actualiteit van IQ-gegevens. Deze termijn is echter geen algemene wettelijke regel inhoudende dat iedere IQ-score na twee jaar juridisch ongeldig is. De betekenis van een dergelijke termijn moet worden beoordeeld binnen het specifieke kader waarin het IQ-onderzoek wordt gebruikt. In formele onderwijs- en andere onderzoekscontexten wordt de tweejaarstermijn daadwerkelijk als actualiteitseis gehanteerd.

Wanneer een oude IQ-score wordt aangeleverd zonder het oorspronkelijke testverslag, de datum van afname, het gebruikte testinstrument, de normering en/of de onderliggende scores, kan ik de oorspronkelijke testafname en de totstandkoming van de IQ-score niet zelfstandig controleren.

Een dergelijke IQ-score wordt dan als historische onderzoeksinformatie van derden beschouwd en niet als een door mij opnieuw vastgestelde IQ-score.

5. Ontbrekende testscores en diagnostische onderbouwing

Een diagnostische conclusie dient voldoende te kunnen worden onderbouwd vanuit de beschikbare onderzoeksgegevens.

Wanneer in een eerder rapport uitsluitend een conclusie of classificatie wordt vermeld, maar de daaraan ten grondslag liggende testresultaten, testscores, profielen, observaties, anamnestische gegevens of andere relevante onderzoeksbevindingen ontbreken, kan niet zonder meer worden vastgesteld op welke gegevens en professionele afwegingen de oorspronkelijke conclusie berustte.

Het ontbreken van dergelijke gegevens betekent niet automatisch dat de oorspronkelijke diagnose destijds onjuist was. Wel betekent het dat de oorspronkelijke diagnostische redenering niet zelfstandig kan worden gereconstrueerd of geverifieerd.

In een huidig onderzoek zal ik dergelijke informatie daarom overeenkomstig de beschikbare onderbouwing wegen en duidelijk onderscheiden van bevindingen die ik zelf heb onderzocht en vastgesteld.

Dit sluit aan bij de professionele eisen van het NIP dat psychodiagnostische rapportage inzichtelijk maakt waarop bevindingen en conclusies berusten en dat verantwoord gebruik wordt gemaakt van psychodiagnostische instrumenten. De AST-NIP 2024 bevat hiervoor onder meer bepalingen over onderzoeksprocedure, testkeuze, testafname, testresultaten, rapportage en cliëntrechten.

6. Bronnen en informatie over derden

Wanneer informatie over een cliënt door een ander wordt verstrekt, dient de herkomst daarvan voor zover mogelijk duidelijk te worden gemaakt.

De NIP-Beroepscode 2024 bepaalt in artikel 97 bovendien dat bij rapportage over anderen dan de cliënt terughoudendheid is geboden en dat, wanneer gegevens niet uit eigen waarneming of onderzoek afkomstig zijn, de bron en het belang daarvan worden aangegeven.

Wanneer de bron zelf niet meer kan worden vastgesteld, wordt dit in het rapport als beperking van de beschikbare informatie vermeld.

7. Inzage in de rapportage

Wanneer ik aan een derde rapporteer, heeft de cliënt op grond van artikel 92 van de NIP-Beroepscode 2024 recht op gelegenheid tot inzage voorafgaand aan het uitbrengen van de rapportage, behoudens de in de Beroepscode genoemde uitzonderingen.

Na het uitbrengen van de rapportage wordt op verzoek een afschrift verstrekt voor zover de rapportage op de cliënt betrekking heeft.

Voor zover de WGBO van toepassing is, geldt daarnaast onder meer artikel 7:456 BW, waarin het recht op inzage in en afschrift van het dossier is geregeld.

8. Correctierecht

Het correctierecht moet worden onderscheiden van het recht om het inhoudelijk niet eens te zijn met een professionele conclusie.

Artikel 94 van de NIP-Beroepscode 2024 bepaalt dat gegevens in de rapportage waarvan de cliënt aannemelijk maakt dat deze feitelijk onjuist of onvolledig zijn, dan wel niet ter zake doen voor het doel van de rapportage, worden gecorrigeerd, aangevuld of verwijderd.

Dezelfde bepaling maakt uitdrukkelijk onderscheid tussen deze gegevens en de bevindingen en conclusies van de psycholoog. Deze behoren tot de professionele verantwoordelijkheid van de psycholoog.

Het correctierecht houdt derhalve niet in dat een cliënt een professionele conclusie uitsluitend vanwege een verschil van mening kan laten vervangen door een andere conclusie.

Een feitelijke onjuistheid, zoals een verkeerde naam, datum, opleiding, feitelijke gebeurtenis of andere aantoonbaar onjuiste informatie, moet daarentegen overeenkomstig de geldende regels worden beoordeeld en zo nodig worden gecorrigeerd.

Wanneer de cliënt een inhoudelijk afwijkende visie heeft die relevant is voor het dossier, kan deze waar passend als aanvullende verklaring of zienswijze worden vastgelegd.

9. Blokkeringsrecht

Het blokkeringsrecht heeft een andere functie dan het correctierecht.

Artikel 95 van de NIP-Beroepscode 2024 bepaalt als uitgangspunt dat de cliënt het recht heeft om een rapportage aan een externe opdrachtgever te blokkeren, tenzij dit recht op grond van een wettelijke regeling niet van toepassing is of wordt uitgesloten, of zich binnen de beroepscode een daarvoor relevante uitzondering voordoet.

Blokkering betekent dat de rapportage niet aan de externe opdrachtgever wordt verstrekt wanneer de cliënt daarvan rechtsgeldig gebruikmaakt.

Blokkering is geen recht op wijziging van de professionele bevindingen of conclusies. Het correctierecht ziet op feitelijke of anderszins voor het doel van de rapportage relevante gegevens zoals bedoeld in artikel 94; het blokkeringsrecht ziet op het al dan niet verstrekken van de rapportage aan de externe opdrachtgever.

Deze twee rechten dienen daarom juridisch en inhoudelijk van elkaar te worden onderscheiden.

10. Dossier, inzage, aanvulling en vernietiging

Voor zover sprake is van een geneeskundige behandelingsovereenkomst waarop de WGBO van toepassing is, zijn onder meer de volgende bepalingen relevant:

  • artikel 7:454 BW – dossierplicht en mogelijkheid om op verzoek van de patiënt een verklaring aan het dossier toe te voegen;
  • artikel 7:455 BW – recht op vernietiging van gegevens, behoudens de wettelijke uitzonderingen;
  • artikel 7:456 BW – recht op inzage en afschrift;
  • artikel 7:457 BW – regels omtrent verstrekking van gegevens aan derden.

De toepasselijkheid en precieze reikwijdte van de WGBO dienen steeds te worden beoordeeld aan de hand van de aard van de professionele relatie en de concrete omstandigheden.

11. Samenvattende professionele afbakening

Bij psychodiagnostische rapportage wordt daarom onderscheid gemaakt tussen:

A. Zelf onderzochte en geverifieerde gegevens
Gegevens die binnen het huidige onderzoek door mijzelf zijn verkregen, beoordeeld en geïnterpreteerd.

B. Herleidbare informatie van derden
Informatie waarvan de bron en relevante achtergrond bekend zijn en die, voor zover mogelijk, controleerbaar is.

C. Historische of niet-verifieerbare informatie van derden
Informatie waarvan de oorspronkelijke bron, onderzoeksgegevens, testresultaten, testscores of diagnostische onderbouwing geheel of gedeeltelijk ontbreken.

Categorie C kan als contextuele informatie relevant zijn, maar kan niet zonder meer dezelfde bewijskracht of diagnostische betekenis krijgen als eigen, actuele en controleerbare onderzoeksbevindingen.

Mijn professionele verantwoordelijkheid omvat de zorgvuldige beoordeling, weging, interpretatie en rapportage van de beschikbare informatie. Zij omvat niet de oorspronkelijke juistheid, volledigheid of professionele totstandkoming van informatie die door derden is verstrekt en die ik niet zelfstandig kan controleren.

Daarom wordt in mijn rapportage, waar relevant, uitdrukkelijk vermeld wanneer informatie afkomstig is van derden, wanneer de bron niet volledig herleidbaar is en wanneer de onderliggende diagnostische gegevens ontbreken.

Deze werkwijze is bedoeld om voor cliënt, opdrachtgever en eventuele andere bevoegde lezers transparant te maken welke informatie rechtstreeks door mij is vastgesteld, welke informatie van derden afkomstig is en welke beperkingen aan de verifieerbaarheid en actualiteit daarvan zijn verbonden.

12. Professionele grondslag

Deze toelichting is gebaseerd op de voor psychologen relevante professionele en wettelijke kaders, waaronder:

  1. NIP, Beroepscode voor psychologen 2024, in werking sinds 1 april 2024, in het bijzonder de artikelen 92, 94, 95, 97 en 98.
  2. NIP/COTAN, Algemene Standaard Testgebruik (AST-NIP 2024), in werking getreden op 13 maart 2025.
  3. Burgerlijk Wetboek, Boek 7, WGBO, waaronder de artikelen 7:454, 7:455, 7:456 en 7:457 BW, voor zover de WGBO op de betreffende professionele relatie van toepassing is.
  4. De overige toepasselijke wet- en regelgeving, professionele richtlijnen en het specifieke juridische of procedurele kader waarin een psychodiagnostisch onderzoek of rapportage wordt gebruikt. Het NIP beschouwt wet- en regelgeving, beroepscode, AST-NIP, richtlijnen en relevante tuchtrechtelijke jurisprudentie gezamenlijk als onderdelen van de professionele standaard.

Cotan Beoordelingssysteem 2010 Pdf

PDF – 8,0 MB 333 downloads